Inleiding

Het 3-stappen principe

Het 3-stappen principe voor borstanalyse werd ontwikkeld om te helpen bij het beschrijven en het omgaan met complexe misvormingen van de vrouwelijke borst. Het verdeelt de borst in 3 simpele anatomische kenmerken; de voetafdruk, de conus en de huidenvelop.

Het toepassen van het 3-stappen principe vereenvoudigt chirurgische planning en beheer.

(1) De voetafdruk


De voetafdruk is de omtrek van de borstbasis op de borstwand en is de interface van het achterste oppervlak van de borst met de borstholte. De voetafdruk vormt de basis van de bovenliggende driedimensionale structuur van de borst (fig. 1).


De voetafdruk kan gemakkelijk worden gezien aan het einde van een mastectomie, als de overliggende huid wordt teruggetrokken waardoor de serratus anterior en borstspieren worden blootgesteld.

Fig. 1

Fig. 1: Typische grootte en positie van de voetafdruk van de borst op de borstwand op een frontale (a) sagittale staande (b) en een axiale liggende weergave (c).

(2) De conus

De conus verwijst naar de driedimensionale vorm, projectie en volume van de borst. Het wordt gewoonlijk gevormd door de melkklier en ligt anterieur van de voetafdruk van de borst (fig. 2).


Elke conus heeft een specifiek volume en zijn samenstelling is verschillend in elke individuele vrouw. De basis van de conus komt overeen met, of is iets kleiner dan, de voetafdruk van de borst.


In een staande positie is er een geleidelijke overgang van de borstwand naar de bovenste en mediale delen van de vrouwelijke borst. Het infraclaviculaire gebied is meestal plat of zelfs licht hol.


Deze overgang aan de laterale en inferieure zijde van een normale borst is scherper en kan zelfs 180 ° bereiken op de onderste grens van hypertrofische of ernstig ptotische borsten.


De conus heeft typisch een lagere zijdelingse volheid, een maximale projectie op het niveau van het tepel-tepelhofcomplex net lateraal van de midclaviculaire lijn en een wisselende mate van ptosis.


Fig. 2


Fig. 2: Typische grootte en positie van de voetafdruk (blauw) en de conus (geel) van de borst op de borstkas in een frontale (a) sagittale staande (b) en een axiale liggende weergave (c). 

(3) De huidenvelop

De huidenvelop is de overliggende huid en het onderhuids vet van de borst (fig. 3). Normaal gesproken functioneert de huidenvelop als een goed passende beha, die de conus op zijn plaats houdt en helpt bij de projectie.


De interface tussen de huidenvelop en de conus kan een belangrijke rol spelen in de borstvorm. Littekens, als gevolg van een operatie of radiotherapie, kunnen de envelop verstrakken, terwijl het uitrekken van de ligamenten van Cooper of de oppervlakkige laag van de oppervlakkige fascia deze envelop kunnen losser maken.

Fig. 3


Fig. 3: Typische grootte en positie van de voetafdruk (blauw), de conus (geel) en de huidenvelop (oranje) van de borst op de borstkas in een frontale (a) sagittale staande (b) en een axiale liggende weergave (c ).


Het tepel-tepelhofcomplex (NAC) is een component van de huidenvelop. Het draagt bij tot het algemene esthetische aspect van de borst, door het markeren van het punt met maximale anterio-posterieure projectie langs ofwel de verticale meridiaan of licht lateraal ervan(fig. 4).


Een aantrekkelijk tepelhof is gepigmenteerd, heeft een conische vorm en is een gladde voortzetting van de natuurlijke contour van de huidenvelop van de borst. De tepel steekt boven het tepelhof uit.


De kleur en de afmetingen van het tepel-tepelhofcomplex zijn onderhevig aan grote variatie en individuele voorkeur.


Fig. 4


Fig. 4: Het tepel-tepelhofcomplex (NAC) zit op de plaats met maximale anterio-posterieure projectie van de borst, ofwel langs de verticale meridiaan of net iets lateral ervan.


De uiteindelijke vorm van de borst wordt niet onafhankelijk bepaald door de voetafdruk, de conus of de huidenvelop. Het is de interactie van deze 3 elementen die bijdraagt tot de instandhouding van een aangenaam, natuurlijk uitziende borst over de tijd heen.


Referenties

  • Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle.

Blondeel PN, Hijjawi J, Depypere H, Roche N, Van Landuyt K. Plast Reconstr Surg. 2009 Feb;123(2):455-62.

  • Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part II–Breast reconstruction after total mastectomy.

Blondeel PN, Hijjawi J, Depypere H, Roche N, Van Landuyt K. Plast Reconstr Surg. 2009 Mar;123(3):794-805.

  • Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part III–reconstruction following breast conservative treatment.

Blondeel PN, Hijjawi J, Depypere H, Roche N, Van Landuyt K. Plast Reconstr Surg. 2009 Jul;124(1):28-38.

  • Discussion. Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part III–reconstruction following breast conservative treatment.

Nahabedian MY. Plast Reconstr Surg. 2009 Jul;124(1):39-40.

  • Discussion. Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part III–reconstruction following breast conservative treatment.

Hammond DC. Plast Reconstr Surg. 2009 Jul;124(1):41-2.

  • Discussion. Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part IV–aesthetic breast surgery.

Hammond DC. Plast Reconstr Surg. 2009 Aug;124(2):385-6.

  • Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part IV–aesthetic breast surgery.

Blondeel PN, Hijjawi J, Depypere H, Roche N, Van Landuyt K. Plast Reconstr Surg. 2009 Aug;124(2):372-82.

  • Discussion. Shaping the breast in aesthetic and reconstructive breast surgery: an easy three-step principle. Part IV–aesthetic breast surgery.

Nahabedian MY. Plast Reconstr Surg. 2009 Aug;124(2):383-4.